“Strategieën, pedagogische tools, indicatoren, verbindend werken ...”, Mohammeds vakjargon verraadt zijn jarenlange ervaring in het jongerenwerk. Als medewerker bij de pijler Jeugd en Burgerschap gaat hij op een zorgvuldige, integere en vertrouwensvolle manier om met de jongeren van het jeugdcentrum Renards. Voor iedere jongere die hij begeleidt, put Mohammed uit zijn expertise om een doordacht plan uit te stippelen. Altijd met de nodige humor en vooral veel bezieling!
Een atypisch parcours
Alles begon ooit in het animatie- en begeleidingswerk ... een sector die Mohammed kent als zijn broekzak! “Ik heb meer dan 10 jaar animatiewerk gedaan. Daar legde ik de basis voor de werkvormen die ik als straathoekwerker nog steeds gebruik en die voor mij essentieel zijn.” Tijdens zijn jeugdjaren in Frankrijk, in de buurt van Perpignan, raakte Mohammed bevriend met een opvoeder van zijn middelbare school, die hem uitnodigde voor een bezoek aan het jeugdinfopunt. Wist Mohammed toen veel dat dit het begin zou zijn van zijn carrière ... Hij belandde van de ene op de andere dag in het animatiewerk: “Ik kreeg alle leeftijdsgroepen onder mijn hoede: van 0 tot 3 jaar, van 3 tot 6 jaar, van 6 tot 12 jaar, van 12 tot 18 jaar, volwassenen en senioren. Ik heb gewerkt als animator-begeleider en zelfs als directeur van een organisatie.” Hij ruilde Perpignan in voor de regio Rijsel, ging aan de slag bij de sportdienst van Roubaix en vond uiteindelijk een vaste stek in Brussel. Al deze ervaringen geven hem de kans om met heel uiteenlopende doelgroepen en gemeenschappen te werken. “Ik ben altijd al sociaal geëngageerd geweest”, benadrukt Mohammed.
Zijn hele loopbaan lang kon hij zijn professionele vaardigheden aanscherpen bij verschillende kwetsbare publieksgroepen. Volgens hem “is het belangrijk dat je op een neutrale manier met deze groepen omgaat. Wat ook hun achtergrond is, je moet ze behandelen als gewone jongeren, en niet anders. Wie dat niet kan, moet een andere job zoeken. Ze zijn het gewend om te worden veroordeeld.” Mohammed stelt vast dat een neutrale, geruststellende aanpak de jongeren uit het jeugdcentrum Renards helpt om uit hun negatieve spiraal te raken. Gewapend met zijn ervaring en altijd bereid om een nieuwe uitdaging aan te gaan, volgde hij in België een opleiding tot gespecialiseerde opvoeder, een functie die hij nu vervult in het centrum.
Sport: een kader dat houvast én ruimte biedt
De term ‘kader’ is uiterst belangrijk voor Mohammed. Hij gebruikt sport om voor de jongeren uit het centrum een omgeving te creëren waar ze structuur en verbondenheid vinden. Gevechtsporten zijn het favoriete werkinstrument van Mohammed. Vanuit zijn pedagogisch uitgangspunt zijn deze sportdisciplines veel meer zijn dan louter fysieke activiteiten. Het is een manier om via inspanning respect aan te leren, voor zichzelf, voor de tegenstander en voor de algemene omgangsregels. Hijzelf heeft dat tijdens zijn eigen judoverleden aan den lijve ondervonden. Zijn ervaring als topsporter en trainer zet hij nu in voor de jongeren die hij begeleidt: “Dankzij judo heb ik geleerd mijn energie in goede banen te leiden, want ook ik had nood aan omkadering.” Voor de straathoekwerker is dat hulpmiddel van onschatbare waarde om moeilijke publieksgroepen, vaak mensen met gedragsproblemen, te begeleiden.

“Ik heb hard gewerkt aan die omkadering, omdat net de jongeren die problemen hebben met de instellingen dit houvast nodig hebben. Sport is voor mij dus een manier om die werkpunten aan te pakken.
Opvoeden via omwegen
Mohammed bouwt in al zijn projecten een vertrouwensrelatie op met deze jongeren die vaak in moeilijke omstandigheden opgroeien. “Binnen het straathoekwerk zetten we projecten op om jongeren die de school, hun socioprofessionele omgeving of hun familie de rug hebben toegekeerd, weer op de rails te krijgen en te re-integreren in het systeem. Hen actief betrekken bij de buurtwerking is daarvoor een ideale manier. Het project ‘Duwtje in de rug grofvuil’, dat in samenwerking loopt met de Brusselse Woning, helpt oudere, zieke en kwetsbare buurtbewoners die hulp nodig hebben bij allerlei klussen, zoals bijvoorbeeld het weghalen van meubilair. Deze jongeren die vaak zelf in de marginaliteit zijn terechtgekomen, kruipen nu in de huid van solidaire gemeenschapsspelers. Mohammed rekent op het menselijke gelaat van dit soort projecten om jongeren mee te krijgen. “Ze wachten gewoon op die uitgestoken hand, omdat ze te gegeneerd zijn om hulp te vragen.”
Volgens hem is zingeving de sleutel van deze zoektocht. En laat dat net de kracht zijn van het werk als straathoekwerker. Zonder het te beseffen gaan de jongeren aan de slag met kernwaarden als respect, wederzijdse hulp en discipline. Deze strategie mogen we beschouwen als de pedagogie via omwegen. De straathoekwerker zet binnen de pijler Jeugd en Burgerschap ludieke, ietwat listig verpakte projecten op om zijn opvoedende taak te vervullen. Van manipulatie kan geen sprake zijn! “Wanneer ik het over strategie heb, bedoel ik niet manipulatie. Wanneer je een jongere manipuleert, dan is dat om de verkeerde reden of heb je slechte bedoelingen. Een strategie daarentegen is bedoeld om het beste uit de jongere te halen. Daarom zijn alle strategieën goed als ze de jongere iets positiefs bijbrengen.”
Een van de mooiste projecten die deze aanpak illustreert, is volgens Mohammed het Senegal-project. Negen maanden lang bereidt hij samen met de jongeren en het team van centrum een inleefreis voor, die tot stand komt door de organisatie van diverse zelffinancieringsacties. “Dat is een hele opgave, zowel qua tijd, activiteiten en energie, maar tegelijk ook een oefening in groepsmobiliteit. Dat wil zeggen dat we een mix maken van negatieve leiders, positieve leiders, populaire leiders, rolmodellen enz. waaraan de groep zich kan optrekken en waarbij er ruimte is om normen en waarden uit te wisselen. De pedagogie via omwegen wordt hier deels gebruikt om stereotypen, vooroordelen en discriminatie tegen te gaan.
In het jeugdcentrum Renards wordt Mohammed zelf bijgestaan door animatoren-begeleiders en de coördinator van het centrum. Hun missie is unaniem: van de jongeren actieve burgers maken. Het komt erop neer dat hun gezamenlijke inspanningen gericht zijn op vier speerpunten: emancipatie, zelfredzaamheid, zin voor verantwoordelijkheid en participatie. Ze gaan daarbij elk vanuit hun vakgebied aan de slag met eigen strategieën en doelstellingen, maar steeds met de neuzen in dezelfde richting.
Zelfs al werken ze dagelijks samen, toch zijn er verschillen in hun aanpak waarbij een straathoekwerker – in tegenstelling tot een animator-begeleider – het collectieve project gebruikt om jongeren meer diepgaand en individueel te begeleiden. Hij gaat na wat hun noden en problemen zijn en spreekt vervolgens zijn professioneel netwerk aan om de jongere naar de juiste gespecialiseerde diensten door te verwijzen. “We werken in groepsverband aan het individu, zonder dat de jongeren het zelf merken. Via onze werk willen we hen opnieuw integreren in de maatschappij.”
Het is hoe dan ook een werk van lange adem. Mohammed plukt misschien niet meteen de vruchten van zijn werk, maar gelooft in de kracht van de tijd. “We werken met een publiek dat tijd nodig heeft om te veranderen.” Hij is ervan overtuigd dat het tijd kost om met complexe situaties om te gaan. “Zo’n job doe je niet jarenlang en non-stop zonder dat je erin gelooft en waarden nastreeft. Je brengt de jongeren niet alleen iets bij, je krijgt ook iets van hen terug.”